athena.punt.nl
In het eerdere artikel kun je lezen dat de Historische Vereniging Hardenberg 19e eeuwse klederdracht tentoonstelt in de vitrines van de bibliotheek in Hardenberg.

Hieronder een impressie:
 
 

Accessoires: schoenen, handtasje en handschoenen




Diverse mutsen, onder een in een handbeschilderde doos




Middagjapon van ca. 1920
 
 
 
 
Detail bovenzijde zondagse streekdracht (jurk in paars en zwart)
 
Lees meer...
In de vitrines op het Cultuurplein in het LOC+-gebouw te Hardenberg zijn sinds kort diverse kledingstukken, hoofddeksels en andere items te zien die in verband staan met de klederdracht uit Hardenberg en omstreken. De Historische Vereniging Hardenberg heeft de vitrines ingericht:


Diverse mutsen uit de regio Hardenberg

Op 11 november jl. werd er in het LOC+-gebouw ook een modeshow georganiseerd waar een flink aantal kleding stukken geshowd werden. en heeft ook eind vorig jaar deze modeshow verzorgd.

De expositie is nog te zien tot 22 april 2010. Klik
hier voor een voorproefje.

Lees meer...   (1 reactie)
Het Fries Museum en het Nationaal Rijtuigmuseum organiseren samen de expositie “De verkleedkist” van 1 april t/m 31 oktober 2010 op borg Nienoord in Leek, hier te zien onder een winters sneeuwdek:

Het erfgoed van Trijntje Looxma (1844-1907)
Toen in 1907 de adellijke familie van Nienoord verdronk, werd de erfenis verdeeld over vele familieleden. Bijzondere antieke textielstukken van jonkvrouwe Van Panhuys-Looxma, afkomstig uit oude Friese en Groninger families, vererfden van zolder naar zolder, van familie naar familie. Een eeuw later zagen ze het daglicht weer in Den Haag.

De heer en vrouwe van Nienoord in 1907, met tussen hen in de kleinkinderen Bram en Anneke van Panhuys en enkele kleinkinderen De Blocq van Scheltinga
 
Jonkheer Van Panhuys, heer van Nienoord, huwde de Friezin Trijntje Looxma, weduwe De Blocq van Scheltinga. Na de tragische dood van het echtpaar in 1907 werden de oude familiestukken uit de erfenis verdeeld. Ouderwetse kleding eindigde soms in de verkleedkist voor de kinderen. Via de Friese verwanten kwamen antieke kledingstukken en bijzonder familietextiel in Den Haag terecht. De familie Jonkheer van Kinschot besloot onlangs deze collectie erfstukken terug te brengen naar Nienoord.
 
Uit: Nieuwsbrief Nationaal Rijtuigmuseum, januari 2010 (foto's en tekst gebruikt met toestemming Nationaal Rijtuigmuseum)
 
Lees meer...
Wegens succes is de expositie over de ‘bruidsmode uit de jaren 1870 tot 1970’ in het Oude Ambachten en Speelgoed Museum in Terschuur verlengd. De tentoonstelling is van januari tot en met juni 2010 ook nog te zien.
 
 
Hedendaagse bruid, met dank aan dreamstime.com 

In de afgelopen 100 jaar is er dan wel veel veranderd, maar op sommige vlakken toch ook eigenlijk niet. Door de jaren heen zijn de tradities rond het huwelijk wel iets gewijzigd, maar de bruidskleding is een traditie die altijd heeft bestaan. Daarom staat van januari tot en met juni deze kleding van bruid en bruidegom opnieuw centraal. in de verlengde expositie, die onderdeel is van het Oude Ambachten en Speelgoed Museum.
 
Bezoek
tot april: dinsdag tot en met zaterdag van 10.00 en 17.00 uur
van april tot en met september ook zondag tussen 11.00 en 17.00 uur
 
Lees meer...

Het Drents Museum in Assen presenteert van 6 maart t/m 27 juni 2010 een grote archeologische
tentoonstelling met schatten uit het oude Georgië. Schitterende gouden, zilveren en bronzen
objecten laten zien dat het gebied in de oudheid een hoogstaande metaaltechniek kende.
Het centrale thema van deze tentoonstelling is de Griekse mythe van Jason op zoek naar het Gulden Vlies in Colchis (het oude Georgië). Op de tentoonstelling zijn topstukken uit de bronstijd,ijzertijd en Romeinse tijd uit diverse plaatsen in Georgië te zien, maar ook kostbare grafvondsten uit de opgravingen van de beroemde tempelstad Vani. Daarbij vallen vooral de oogverblindend mooie gouden sieraden op. De objecten, die allemaal afkomstig zijn uit het Nationaal Museum in Tbilisi, zijn eerder in een andere samenstelling te zien geweest in onder andere Berlijn, Washington, New York, Athene, Los Angeles en Stockholm.

In Assen worden de unieke voorwerpen in een nieuwe verhaallijn gepresenteerd, in een door Marcel Wouters Ontwerpers speciaal voor het Drents Museum vervaardigde spectaculaire vormgeving. De vele extra activiteiten bij deze tentoonstelling plaatsen het onderwerp in een breed kader.

De mythe van het Gulden Vlies Griekse schrijvers maakten al vanaf de derde eeuw voor Christus melding van de legendarische rijkdom van het land Colchis, het westelijke deel van Georgië. De aanwezigheid van vele goud-, zilver-,ijzer- en koperertsen, maakten deze streek aan de voet van de Kaukasus tot een aantrekkelijk reisdoelvoor Griekse expedities.

De methode van goudwinning in deze streek, het gebruik van schaapsvacht om goud uit de rivieren te ‘vangen’, is de basis van de Griekse mythe van het Gulden Vlies, die Jason koning Aietes moest ontfutselen. In Colchis vond Jason niet alleen het Gulden Vlies, de rijkdom van het land, maar ook zijn bruid, de koningsdochter Medea. De legende groeide uit tot een van de meest populaire verhalen in de Griekse mythologie en was de basis voor de belangrijkste ridderorde uit de middeleeuwen, de exclusieve Orde van het Gulden Vlies.

Gebaseerd op: Drents museum

Lees meer...

13-03-2010 / 13-06-2010 

Honderd jaar geleden was een goed gevulde 'linnenkast' de trots en zorg van vrouwen.

Vooral in burgerlijke kringen is deze kast met stapels netjes gestreken en gevouwen tafellakens, servetten, lakens, slopen, droogdoeken en badhanddoeken, zelfs voorwaarde om in het huwelijksbootje te stappen. De aanstaande bruid kocht haar gehele linnenuitzet bij een linnenfabrikant. Tegenwoordig koop je wat je nodig hebt, ook als er niet wordt getrouwd.


Voor 1945: kopjesdoeken, fonteindoeken, zilverdoeken...
Bij de firma van Dijk, Manders & Co., het latere Walra uit Waalre, was het tot in de jaren 1930 mogelijk om kant en klare, 'gehele' huwelijksuitzetten te kopen van 100 tot ruim 600 stuks. Agentessen, afkomstig uit welgestelde milieus, verkochten de producten direct aan particulieren. De uitzetten bij andere firma's werden veelal gekocht per el (ca. 80-100 cm), waarna de huwelijkskandidate aan de slag ging om zelf doeken te maken. De vrouw borduurde haar monogram en nummerde de doeken. Het beddengoed bestond uit dekens en witte lakens verfraaid met ajourzomen, festonranden en ander borduurwerk.

Naast thee- en droogdoeken bestonden er allerlei andere doeken als kopjesdoeken, fonteindoeken, glazendoeken, zilverdoeken en messendoeken. De benaming van de doek was ingeweven in het product. Belangrijk was de hoogwaardige kwaliteit van het textiel. De uitzet moest een heel leven meegaan. Kenmerkend in het begin van de twintigste eeuw zijn de linnen of halflinnen droog- en keukendoeken, geweven in blauwe en rode blokken: pellengoed genaamd. Midden jaren 1930 kwam daar verandering in. De textielontwerpster Kitty van der Mijll Dekker, werkzaam voor de firma E.J.F. van Dissel en Zonen in Eindhoven en opgeleid aan het bekende Bauhaus in Dessau (D), kreeg hier de kans om de dessins te vernieuwen. Heldere en gewaagde kleuren als geel, groen, oranje, roze, paars en zwart vervingen het traditionele rood en blauw. Van Dissel verkocht haar huishoudtextiel met behulp van vertegenwoordigers. In tegenstelling tot de agentessen waren zij in dienst van de firma en werkten niet op provisiebasis. Deze fabriek en andere weverijen openden verkoopkantoren of monsterkamers in steden als Den Haag, Amsterdam en
’s-Hertogenbosch.

De jaren 1950-1990: naar een vrijere, heldere vormgeving
Vanaf de jaren 1950 kreeg het huishoudtextiel een steeds vrijere vormgeving. Kitty van der Mijll Dekker en de sierkunstenaar Chris Lebeau hadden een voorhoederol vervuld in het vernieuwen van het huishoudgoed. Een nieuwe generatie ontwerpers, opgeleid aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam, waaraan Van der Mijll Dekker als docente was verbonden, verscheen op het toneel. Bekende namen zijn Ben Schurink en Erica de Ruiter. Ben Schurink ontwierp felgekleurd, voornamelijk geruit, huishoudtextiel voor het label 'Seahorse' van de Koninklijke Weefgoederenfabriek (voorheen C.T. Stork & Co te Hengelo). Erica de Ruiter schiep fris, felgekleurd huishoudtextiel voor 'Nicolientje' bij Nico ter Kuile in Neede. Andere gerenommeerde handelsnamen waren 'Cinderella' van Stoomspinnerijen en Weverijen v/h S.J. Spanjaard in Borne en 'Favorita'  van Van Heek & Co. in Enschede.

Felgekleurde tafellakens in blokmotief en oranje, groene en blauwe badkamerlakens kleurden sindsdien het huis. Hoewel de hoeveelheid huishoudtextiel afnam, bleef het belangrijk dat het dessin van de verschillende producten op elkaar was afgestemd. Droogdoeken met een appeltjesmotief in bruin behoorden gecombineerd te zijn met keukenhanddoeken in bruine blok. De verandering in het gebruik en de behoefte aan textiel in het huishouden, liep parallel aan de teloorgang van de textielindustrie in Nederland. Het kopen van een gehele uitzet was niet meer gebruikelijk. Eind jaren 1970 deed het dekbed zijn intrede en werden er ontwerpen gemaakt voor dekbedovertrekken. Placemats vervingen het tafelgoed.

Walra bleef vasthouden aan de persoonlijke verkoop aan huis met behulp van hiervoor opgeleide adviseuses. Uitgerust met een monsterkoffer bezochten zij de cliënten, voornamelijk jonge vrouwen, thuis en namen de bestellingen op. Daarbij werd het mogelijk om via een renteloos spaarsysteem de gehele uitzet in een keer te kopen en maandelijks een pakket binnen te krijgen in een waarde die van te voren was vastgelegd. Maandelijks vond ook de betaling plaats. Huishoudtextiel van andere firma's werd verkocht via Nederlandse warenhuizen als Gerzon, Vroom & Dreesmann en de Bijenkorf.

Na 1990: speciaal voor de man, vrouw
Vanaf de jaren 1990 trekken de (inmiddels sterk in aantal gereduceerde) Nederlandse textielfabrieken ontwerpers aan om op freelance basis collecties samen te stellen. Beppe Kessler en Barbara Broekman bijvoorbeeld ontwerpen dekbedovertrekken voor Auping / Ideens. Het dekbedovertrek 'Africa Ebony' van Kessler is gedecoreerd met strepen en zigzagmotieven die associaties met Afrika oproepen. Kleur, dimensie en beweging zijn de trefwoorden die op Broekmans overtrekken van toepassing zijn. Mariëtte Wolbert ontwerpt speciaal voor de man het stoere, zwart gekleurde en in een mozaïekpatroon uitgevoerde keukengoed voor Elias Jorzolino in Neede. Jubilerende warenhuizen als de Bijenkorf en de HEMA nodigen ontwerpers uit om thee- en droogdoeken te ontwerpen. Met folders en advertenties wordt de consument benaderd.

Vanaf 2000 speelt de online verkoop een steeds grotere rol in de verkoop van huishoudtextiel. Postorderbedrijf Wehkamp, leider in de direct marketing, verkoopt zijn textiel vanaf 1996 online. In 2008 lanceert H&M in Nederland de wooncollectie met een groot aanbod aan huishoudtextiel. Bed- en badtextiel kan online worden besteld bij het Amersfoortse bedrijf Vandijck.

Het aanschaffen van een gehele linnenuitzet is niet meer van deze tijd, maar het kopen van functioneel, fraai en origineel huishoudgoed is wel (weer) in de mode. Het dessin van het product wordt belangrijk gevonden, vaak meer nog dan kwaliteit en duurzaamheid. Het textiel moet vooral een sfeer oproepen die past binnen een bepaalde lifestyle.


Tentoonstelling
De expositie in Tilburg toont naast een grote collectie huishoudtextiel van de afgelopen honderd jaar van verschillende toonaangevende ontwerpers en bedrijven, originele patroon- en ontwerptekeningen, prijscouranten, boekjes, foto's en films.

Ontwerpwedstrijd
Ook het Textielmuseum is producent van huishoudtextiel. Vanaf de jaren 1990 geeft het aan kunstenaars en ontwerpers opdrachten om ontwerpen voor tafelgoed te maken en deze uit te laten voeren op de machines in het TextielLab. Hieruit is inmiddels een omvangrijke en bijzondere museumcollectie ontstaan. Op de tentoonstelling wordt een aantal ontwerpen en producten gepresenteerd. Daarnaast schrijft het museum ter gelegenheid van de tentoonstelling KRAAKHELDER een ontwerpwedstrijd uit onder academiestudenten voor het ontwerpen van huishoudgoed. De winnende ontwerpen worden daadwerkelijk uitgevoerd op de machines in het TextielLab.

TextielShop
In de TextielShop van het museum is divers huishoudtextiel te koop. De meeste producten zijn gemaakt in het TextielLab. 'Vers van de machine’ komt in het voorjaar van 2010 een serie vrolijke theedoeken naar ontwerp van Leendert Masselink, waarin kabouters de hoofdrol spelen.

KRAAKHELDER - 100 jaar huishoudtextiel is samengesteld door gastconservator, tevens freelance kunsthistoricus, Rosalie van Egmond. Bij de tentoonstelling verschijnt een door haar geschreven publicatie. Het ruimtelijk en grafisch ontwerp van de tentoonstelling ligt in handen van M/vG ontwerpers te Breda.
 
Lees meer...
'De Koningsfibula van Wijnaldum, de ontdekking van de missing link'
Een bijzondere ontdekking wierp een nieuw licht op de koningsfibula van Wijnaldum, het zevende-eeuwse topstuk uit de archeologiecollectie van het Fries Museum. Amateurdetector Rinze Cuperus uit Bolsward vond in augustus 2009 een ontbrekend fragment op een akker in Wijnaldum. Het bleek een onderdeel te zijn van de kopplaat van de mantelspeld. Door de vondst kon de afbeelding worden ontcijferd: het masker van de oppergod Odin.
 
Van 19 december 2009 tot en met 31 januari 2010 is het topstuk mét de nieuwste ontdekking voor het publiek te zien. Het Fries Museum presenteert dan 'De Koningsfibula van Wijnaldum, de ontdekking van de missing link'. De vondstgeschiedenis en de iconografie van deze bijzondere fibula komen aan bod. In een korte documentaire vertellen Rinze en Tjeerd Cuperus, goudsmid Theo van Halsema, fibula-expert Vibeke Sealtiël Olsen en conservator archeologie Evert Kramer over de wereld die schuilgaat achter de koningsfiubla van Wijnaldum.
 
 
De fibula eindelijk compleet
De gevonden 'missing link' is een fragment van twee bij drie centimeter en bestaat uit zestien gouden vlakjes die zijn ingelegd met almandien, een rode edelsteen. Het fragment maakt eindelijk de afbeelding op de kopplaat van de fibula compleet. De voorstelling is het masker van de oppergod Odin (in Nederland beter bekend als Wodan) tussen twee wolven of beren.
 
Koninklijk sieraad
De ongebruikelijke rijke decoratie van goud en almandien in combinatie met de nu ontdekte voorstelling bevestigt de vermoedens van experts: de fibula van Wijnaldum is een kroonjuweel en gedragen door de echtgenote van een Friese leider of koning.
 
Vondstgeschiedenis
Het eerste deel van de fibula (de voetplaat) van dit topstuk is in 1953 gevonden in Wijnaldum. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werden er nog tien kleinere fragmentjes bij gevonden.
Lees meer...
Deze tentoonstelling vond plaats van 16 mei – 23 augustus 2009 in museum Catharijneconvent in Utrecht.
 
 
Met dank aan cksinfo.com voor het gebruik van de afbeelding
'Adoration of the Magi', Bening

Prachtige minuscule details, flonkerend bladgoud en schitterend kleurgebruik: het zijn de kenmerken van de middeleeuwse manuscripten. De tentoonstelling Beeldschone Boeken in Museum Catharijneconvent Utrecht – te zien van 16 mei tot en met 23 augustus 2009 – geeft met een selectie van ruim 100 handschriften een uitgebreid overzicht van de Utrechtse boekproductie in de Middeleeuwen. Beeldschone Boeken komt tot stand in nauwe samenwerking met de Universiteitsbibliotheek Utrecht.

Hiervoor is een keuze gemaakt uit de rijke verzameling handschriften van het museum en de unieke collectie Utrechtse kloosterboeken van de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Belangrijke bruiklenen uit binnen- en buitenland vullen deze selectie aan. De manuscripten in de expositie dateren voornamelijk uit de veertiende en vijftiende eeuw. Vanwege het kostbare karakter en de hoge artistieke kwaliteit zijn deze Beeldschone Boeken stuk voor stuk uniek.
 
Lees meer op de website van Museum Catharijneconvent.
 
Het Dutch libraries weblog meldt: Sinds september 2007 zijn alle middeleeuwse manuscripten in Nederland toegankelijk gemaatkt via een website: Medieval Manuscripts in Dutch Collections.
Lees meer...
Themaexpositie
Borduurwerk in relatie tot Noordnederlandse streekdracht, periode 1700-1900.

Themaexpositie tot voorjaar 2010: Bloemrijk India
In relatie tot Noordnederlandse streekdracht, periode 1700-1900. Over sitsen en daarop geïnspireerde motieven.
 
In kostuummuseum De Gouden Leeuw in Noordhorn kun je onder andere een bijzonder sitsen babyjakje bekijken.

dutch_chintz_baby_coats.jpg

Twee voorbeelden van sitsen babyjakjes van halverwege de 18e eeuw
 
Ze maakten onderdeel uit van de tentoonstelling 'Fashion DNA' in 2006. Het was de gewoonte baby's zo mooi mogelijk aan te kleden in getailleerde jakjes en zo indruk te maken op degene die het nieuwe kindje kwamen bekijken. Het schijnt dat de vader voor deze gelegenheidsbezoeken een speciale muts of pet droeg. Hierover is mij verder helaas miets bekend.
Het bovenste jakje is met roodwit langetband afgezet. De mouwtjes bij het onderste jakje lopen vallen op de ellebogen; vandaar de elliptische vorm. Aan de zijkant zijn splitjes te zien. Zover mij bekend is langetband typisch Fries en specifieker nog: voornamelijk typisch voor Hindeloopen. Je ziet het bijvoorbeeld langs de (bruids-)wentke van Hindeloopen.

Wat is sits of chintz?
Sitsen zijn handbeschilderde of –bedrukte, fijngeweven katoenen stoffen, in de 17e en 18e eeuw aangevoerd door de Verenigde Oostindische Compagnie uit India. Sits is kleurrijk en door het gebruik van organische kleurstoffen zeer kleurecht. Om die reden was het ook zeer geliefd. Het werd toegepast in de streekdrachten van Friesland, Groningen en Drenthe. Veelal in jakken, ondersten en babykleding. Ook werd het toegepast in wandkleden (palempores) en kinderbeddenspreien.In de 18e en 19e eeuw kwam er een Westeuropese katoendrukindustrie op waarin getracht wordt de Indische sitsen te kopiëren. Zowel van Indische als van Europese sitsen geeft de expositie aansprekende voorbeelden. Tijdens een textielreis naar India kwamen de Pilatten eigentijdse sitsen op het spoor, die volgens het eeuwenoude ambacht vervaardigd zijn. Deze doeken met levensbomen zijn toegevoegd aan de expositie. Door de uitgekiende vormgeving vormt de expositie een oogstrelend geheel.

Informatie gebaseerd op:
De Gouden Leeuw
 
In het laatste nummer (nr. 156) en een eerder nummer van het textieltijdschrift  Handwerken zonder grenzen (HZG) is aandacht besteed aan de sitsen van de familie Pilat onder de titel 'Bloemrijk India – sitsen; Over sitsen en daarop geïnspireerde motieven'.
Lees meer...

16e eeuwse textielvondsten uit Groningen
Van 6 maart t/m 30 augustus 2009 is er in het Universiteitsmuseum in Groningen de tentoonstelling 'Opgevist uit Alva's gracht' te bezichtigen.

 
Hoe zagen de Groningers er vijfhonderd jaar geleden uit? Opgegraven textiel bij de huidige Prinsenstraat in Groningen, zoals handschoenen, kousen, hoeden en mutsen, geven inzicht in wat burgers, arbeiders en kinderen droegen in het 16e-eeuwse Groningen.

Bij opgravingen in 1996 en 2000 in de Groningse Prinsenstraat zijn opvallend veel textielfragmenten gevonden. Door de voorgeschiedenis van deze plek zijn de stukken te dateren omstreeks het midden van de 16e eeuw. Een unieke vondst, omdat er nauwelijks fragmenten van burgerkleding uit die tijd in Nederland bestaan. Op de bescheiden tentoonstelling kunnen bezoekers zich aan de hand van deze vondsten een beeld vormen van wat Groningers droegen tussen 1550 en 1600. Deze expositie kwam tot stand in samenwerking met Dr. Hanna Zimmerman. Zij conserveerde en onderzocht de gevonden textielfragmenten. In 2007 resulteerde dat in een proefschrift en een boek.

Van: RuG

Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl